Informatie
Beelddenken is geen diagnose en geen ziektebeeld. Beelddenken is iets wat wij allemaal kunnen, alleen is er een steeds groter wordende groep kinderen die 'last' krijgt van deze manier van informatie verwerken, omdat hun omgeving (de school) hier niet op is ingesteld. In het onderstaande artikel kunt u meer lezen over de lezende beelddenker. Niet iedere beelddenker krijgt te maken met deze problemen.
Hoe ik mezelf leerde lezen.
Je kent ze wel, die boekjes voor hele kleine kinderen. Een plaatje van een huis en daarbij het woord HUIS. Of een plaatje van een auto met daaronder het woord AUTO.
"Mijn eerste woordjes" heten die boekjes vaak en de meeste kinderen hebben ze wel in hun bezit.
Heerlijk met je kind lezen, aanwijzen en benoemen. Het kind ziet bij het plaatje allerlei strepen en rondjes en dat is dan het woord. Dus al heel vroeg wordt het kind met die streepjes en rondjes en stipjes geconfronteerd.
Ook ik had als kind zo'n boekje. Niet thuis, maar op de kleuterschool. En, slim als ik was, had al snel door dat al die vormen, strepen, bochten en stippen bij elkaar hoorden en dat dat woorden waren.
HUIS was datgene waar ik in woonde DAK zat op het huis en TAK zat aan de boom wat trouwens BOOM was als je het in van die kronkels met rondjes en streepjes moest maken.
En zo leerde ik lezen. Hele woorden.
In klas 1 (nu groep 3) leerde ik lezen ... zoals de methode dat voorschreef. Ik leerde losse letters, ik leerde spellen en al die kronkels, bochten, strepen en stippen werden letters ...
Maar wat is een letter?
Ik had geen plaatje bij een letter.
Ik kon wel lezen, maar kende geen letters. En ineens begonnen die o zo bekende vormen die ik al zo gewoon was gaan vinden en die ik heel snel herkende een brei van raadselachtige vormen te worden waar ik geen weg uit wist. Ik haalde van alles door elkaar en kon de vormen niet meer van elkaar onderscheiden. Een streepje met een rondje was dan een b en dan een d maar kon ook een p zijn.
Wat is er aan de hand?
Ik denk in beelden. En bij elk woord hoorde een plaatje. Bij een huis hoorde het woord HUIS. Of het woord WONING, die had ik er intussen ook al aan vast gekoppeld. Bij het woord KASTEEL zag ik een kasteel, met ophaalbrug en slotgracht. Een prachtige prinses in bijzonder mooie jurk bovenuit het raam en o als je goed keek .. ik was die prinses.
En wat er gebeurde was dat ik de "globaal woorden" zoals ze heten, de hele woorden en niet de losgemaakte letters, herkende en er meteen mijn plaatje bij had. En, zoals Confucius (551 - 479 v. Chr.) al zei: Eén beeld zegt meer dan duizend woorden. Mijn plaatje was niet alleen het plaatje wat hoorde bij het woord. Dus bij HUIS zag ik een huis, met een tuin, onze tuin en ik zag de fiets en ik dacht: ik ga lekker fietsen vanmiddag en o wacht dan ga ik spelen met Jolanda en dan gaan we samen .. enz enz...
Alleen al het woord HUIS maakt dit los.
Even een stukje theorie:
Volgens Ron Davis voltrekt beelddenken zich op het niveau van het onbewuste. Het denken gaat zó snel dat men zich niet bewust is van de afzonderlijke beelden die worden gevormd.
Bij mensen bedraagt de tijd die nodig is om bewust iets waar te nemen, iets te zien en het ook begrijpen en op te slaan 1/25e van een seconde. Dus 25 beelden per seconde kan een mens bewust waarnemen, opslaan, verwerken en weergeven.
Een prikkel die korter dan 1/25 seconde, maar langer dan 1/36 seconde aanhoudt, valt in de categorie van de onbewuste prikkels. Onze hersenen ontvangen iets, maar we zijn er ons niet van bewust wát ze ontvangen. Als een prikkel korter dan 1/36 seconde aanhoudt ontvangen we hem zelfs niet eens meer onbewust. Het gaat dan te snel voor onze hersenen om er iets mee te kunnen doen.
Beelddenken schijnt vrijwel altijd te gebeuren met een frequentie van zo\'n 32 beelden per seconde. De beeldduur is dus korter dan de bewustwordingstijd van 1/25 seconde, maar langer dan de onbewuste grens van 1/36 seconde. Beelddenkers krijgen een gedachte maar zijn zich er niet bewust van. Beelddenkers zien een beeld en hebben een heleboel informatie in een beeld, maar ze zijn de stapjes van dit denkproces niet bewust. Het denken lijkt daarom in grote stappen te gaan (van beeld naar beeld) omdat een deel van de stappen niet bewust gebeurd. Met andere woorden, ze weten het antwoord zonder te weten waarom dat het antwoord is. En dit proces gaat razendsnel.
Terugkomend op mijn beeld bij HUIS en dat ik uiteindelijk beland in mijn gedachten op de fiets bij een vriendinnetje zal in werkelijkheid een fractie van een seconde geduurd hebben. Ik dwaalde af, maar heel kort. Terwijl er veel in mijn hoofd gebeurde. En ... het leuke is dan, het volgende woord en beeld staat alweer klaar.
Door hun multi- dimensionale denkwijze hebben beelddenkers vaak moeite met het begrijpen van letters, cijfers, symbolen en woorden waar ze geen beeld bij hebben. Ze proberen als het ware te lezen terwijl ze niet in woorden denken. De ontwikkeling van het beeld dat de zinnen vormen, stokt bij ieder onbekend woord, omdat er een lege plek in het beeld ontstaat. Hierdoor kunnen ze de symptomen van dyslexie ontwikkelen.
Ook zijn kinderen (en volwassenen) die in beelden denken vaak moeilijk te volgen. Mijn man wordt er soms tureluurs van als ik een verhaal vertel. Ik spring van de hak op de tak, maak zinnen niet af en kan soms zomaar midden in een verhaal weglopen. In gedachten vertel ik het hele verhaal, zie ik de plaatjes, maar vergeet dit in woorden te vertellen. Sowieso is het verwoorden van de plaatjes een heel complex gebeuren.
Je ziet een beeld, je moet dit vertalen naar een woord, je leest een woord, je moet dit vertalen naar een beeld, wat weer een ander beeld oproept, wat weer vertaald moet worden naar taal ... enz enz
Het grappige is dat veel beelddenkers minder goed zijn in technisch lezen, maar enorm goed begrijpend lezen onder de knie hebben.
Het kan heel goed zijn dat er staat: vader wandelt over het gazon .... je ziet je vader lopen over een grasveld en je zegt: papa loopt over het gras. De vertaling van woord, naar beeld en weer terug naar woord is hier duidelijk. Het begrip is aanwezig, maar technisch is het compleet fout gelezen.
Kinderen die denken in beelden en plaatjes kunnen heel goed visualiseren. Ze "zien" iets al meteen als er een "probleem" op hun weg komt. De hersenen werken heel snel, vormen snel plaatjes en via hele ingewikkelde gedachtesprongen die voor buitenstaanders onlogisch lijken en vaak moeilijk te volgen zijn komt een beelddenker tot een ingenieuze oplossing. De meeste gekke ideeën en plannen komen naar voren die ook nog heel bijzonder creatief zijn.
Met name met rekenen en spelling kan deze prachtige kwaliteit ingezet worden om zo nieuwe lesstof te verwerven. Helaas wordt tegenwoordig de kwaliteit van een beelddenker niet (h)erkend en krijgen veel beelddenkers "last" van hun manier van informatie verwerken. Hun kwaliteit wordt een probleem.